Design-Cyclus for Education (DC4E)

DC4E-ontwerpcyclus versie 1.0

Kenniskring Technologie-Ondersteund Leren:
Evelien van Limbeek, Judith van Hooijdonk, Didi Joppe, Chris Kockelkoren, Peter Ebus, Marcel Schmitz, Peter Sloep, Hendrik Drachsler

Met bijdrage van:
Ankie van de Broek, Marcel Graus, Jeanine Schmeitz, René Claassen, Dominique Sluijsmans

Binnen Zuyd Professional is iedere flexibele deeltijd opleiding opgebouwd uit een beperkt aantal leeruitkomsten. Dit zijn voor het beroep herkenbare eenheden, waarin zowel het beroepshandelen als de bijbehorende kennis, vaardigheden en attitude bij elkaar komen. Een student sluit opleidingsonderdelen af, door leeruitkomsten *1) aan te tonen. De opbrengsten van leeractiviteiten kunnen gebruikt worden om de benodigde kennis, attitude en vaardigheden die benodigd zijn voor (delen van) leeruitkomsten aan te tonen. Leeractiviteiten kunnen een verschillende vorm hebben; modulair onderwijs, vormen van werkplekleren of projecten, cursussen. De focus van de DC4E ontwerpcyclus ligt binnen Zuyd Professional op het ontwerpen van modulair onderwijs of op door de opleiding gestuurde vormen van werkplekleren en projecten.

Om tot een onderwijsontwerp voor modulair onderwijs binnen Zuyd Professional te komen, zal een docent, bij voorkeur in een ontwerpteam waarin ook werkvelddeskundigen zitting hebben, een aantal stappen moeten doorlopen.

Die reeks van stappen is de ontwerpcyclus en de (in het onderwijs) oudste poging die te beschrijven wordt ADDIE (Van Strien, 1986) genoemd. Andere bekende ontwerpmodellen die binnen het HBO gebruikt worden zijn het 4C/ID-model van Van Merriënboer (Van Merriënboer, Kirschner, 2007), of het spinnenweb van Van den Akker (2003). Vaak heeft een oplossing een voorlopig karakter ‘(het hoeft niet meteen perfect te zijn’) en is er is ruimte voor verbetering. Het cyclische karakter illustreert dat na oplevering van de module (‘het product’) de ontwikkeling blijft doorlopen. Elke stap in de cyclus wordt ten minste eenmaal gezet, maar sommige stappen kunnen meer of minder tijd in beslag nemen.

Het DC4E-Model is vooral ontwikkeld om het (her)ontwerpen van traditioneel contactonderwijs naar ‘blended learning’ te ondersteunen en is daartoe verrijkt met een aantal elementen die dit proces kunnen ondersteunen. De DC4E-cyclus definieert een aantal taken in de verschillende stappen, waarbij verwezen naar tools and templates die het ontwerpproces kunnen ondersteunen en het (her)ontwerpen van blended onderwijs binnen Zuyd mogelijk maken.

Bij het vormgeven van blended onderwijs wordt gebruik gemaakt aan een diversiteit van digitale onderwijstools oftewel technologieën die de student en/of docent kunnen ondersteunen in het leerproces. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen tools die Zuydbreed worden aangeboden en ondersteund, en tools die decentraal in faculteiten en opleidingen zijn belegd. Daarnaast is er online een veelheid aan tools beschikbaar die docenten zelf kunnen inzetten. In deze laatste categorie wordt door Zuyd geen technische en functionele ondersteuning aangeboden, maar docenten kunnen deze tools wel inzetten in hun onderwijs. In het overzicht Onderwijstools worden deze tools gepresenteerd en nader toegelicht.

Centraal in het model staat het begrip reflectie. Dit verwijst ernaar dat de DC4E-cyclus niet alleen een cyclisch ontwerpproces als uitgangspunt neemt, maar bij elk van de acht stappen de ontwerpende docent dwingt kritisch naar de opbrengst van die stap te kijken en hierop te reflecteren en de ontwerpkeuzes die gemaakt worden goed te documenteren. Bij het structureren van de ontwerpkeuzes kan gebruik gemaakt worden van het spinnenweb van Van den Akker (2003). Lees op deze achtergrondpagina meer over het spinnenweb. Hier vindt je ook vragen vragen die helpen bij de reflectie op elke stap van de DC4E ontwerpcyclus. In die zin bevordert het DC4E-model vooral een onderzoekende houding bij docenten, die kan leiden tot een continue verbetering van ‘de module’.

*1) Een leeruitkomst is een samenhangend geheel van kennis, inzicht en vaardigheden, waarvan de omvang varieert tussen de 15 en 30 EC. De beschrijving van leeruitkomsten omvat een heldere beschrijving van de wijze waarop getoetst wordt en de criteria op basis waarvan kan worden vastgesteld of een student de leeruitkomst heeft aangetoond. Leeruitkomsten beschrijven daarmee wat een student geacht wordt te weten, te begrijpen en te kunnen toepassen na afronding van een leerperiode (NVAO).

Bronnen

Akker, J. van den. (2003). Curriculum perspectives: an introduction. In Curriculum landscape and trends. (pp. 1–10). https://doi.org/10.1007/978-94-017-1205-7_1

Van Merriënboer, J. J. G., & Kirschner, P. A. (2007). Ten steps to complex learning: A systematic approach to four-component instructional design. New York: Routledge.

Van Strien, P. J. (1986). Praktijk als wetenschap. Methodologie van het sociaal wetenschappelijk handelen. (Van Gorcum). Assen.

Zie ook het blogbericht over de introductie van DC4E.

 

naar de 8 stappen van DC4E

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial