Curriculumontwerp in vogelvlucht – Jan van den Akker

25 juni 2017

Donderdag 15 juni verzorgde Jan van den Akker een workshop voor de kenniskringleden van de Zuyd onderwijslectoraten en medewerkers van Dienst O&O. Van TOL waren Evelien van Limbeek en Judith van Hooijdonk aanwezig.

Jan van den Akker is sinds enige tijd extern adviserend lid van de Kenniskring Professionalisering van het Onderwijs vanwege de focus op het ondersteunen van curriculumontwikkeling door dit lectoraat. In een helicoptervluchtje nam Jan ons mee over het curriculumveld. De toelichting die volgde over het curriculaire spinnenweb is lezen op informatiepagina over het spinnenweb op dit blog.

Het woord curriculum blijkt af te stammen van het Latijnse werkwoord currere, dat wil zeggen (hard) lopen. Het daaraan gerelateerde woord curriculum betekent in het Latijn zowel ‘(om)loop’ als ‘renwagen’. Curriculum verwijst dus zowel naar het traject van leren, de leeractiviteiten (‘(om)loop’) als naar het plan voor leren, het leerplan (‘renwagen’). *nice to know*.

Dit doortrekkend naar het Romeinse strijdtoneel benoemde Jan van den Akker curriculumontwikkeling als een slagveld. Het realiseren (van droom naar daad) van een curriculum is een moeilijk spel waar vaak (botsende) waarden en belangen bij spelen. Het besef van uiteenlopende perspectieven (inhoudelijk, technisch-professioneel, sociaal-politiek) helpt dat te begrijpen. Ook benoemde Jan van den Akker de verbondenheid tussen curriculumontwikkeling met docentontwikkeling en organisatie ontwikkeling.

Vervolgens werden de ongeveer 15 aanwezigen aan het werk gezet. Vragen waar eerst individueel over nagedacht werd, om vervolgens in duo’s en daarna plenair te bespreken, was een fijne werkwijze. Hierdoor kwamen veel praktijkervaringen ter sprake.

De eerste vraag die ons gesteld werd betrof de kernvraag (visie) waar alles om draait, het ‘waartoe van het leren’. Net als Gert Biesta maakt Jan van den Akker een onderverdeling tussen kwalificatie (voor vervolgopleiding cq arbeidsmarkt/beroep), socialisatie en persoonlijke vorming. Volgens de aanwezigen draait het onderwijs bij Zuyd om kwalificatie. De inhoud van het onderwijs wordt in nauwe samenwerking met het beroepsveld vorm gegeven. Socialisatie en persoonlijke vorming is heel belangrijk, maar dat was nog niet overal goed verweven in het curriculum. Er zo meer aandacht moeten zijn voor professionele ontwikkeling (ipv persoonlijke ontwikkeling).

[Meer lezen over het gedachtengoed van Biesta? Zie het blog op 2beJAMmed over de lezing van Biesta Goed hoger beroepsonderwijs: functioneel of dienstbaar?]

Jan van den Akker lichtte vervolgens diverse ontwerpstijlen toe:

  • technisch-rationeel (stappenplan)

Dit is een systematische ontwerpbenadering. Zo’n benadering wordt veelvuldig gebruikt en maakt het ontwerp planbaar. De Tyler Rationale is een bekend ontwerptechniek, waarbij de volgende 4 vragen gesteld worden: (1) welke doelen wil je bereiken?, (2) welke leerervaringen kunnen we aanbieden om de beoogde doelen te realiseren?, (3) hoe kun je deze leerervaringen efficiënt organiseren?, (4) hoe kun je vaststellen of de beoogde doelen ook daadwerkelijk bereikt zijn?

  • naturalistisch – deliberatie

Deze stijl benadert het ontwerpen als een ‘messy process‘. Niet ontwerpen vanuit een stappenplan maar het gesprek aan gaan met ontwerpers. Veel ruimte voor inbreng van alle betrokkene bij het curriculum.

  • artistiek

Hierbij is de creativiteit van de ontwerper uitgangspunt. Elliot Eisner is een bekende voorstander van een artistieke benadering van curriculumontwikkeling. Er zijn geen maatstaven of vaste procedures. De docent maakt op basis van eigen visie, intuïtie en ervaring, rekening houdend met de doelgroep die hij goed kent, keuzes in het ontwerpproces.

  • prototyping

Dit betreft meer agile scrummend werken.

Welke ontwerpstijl onze voorkeur heeft, was de vervolgvraag die ons gesteld werd. De ervaring bij de aanwezige is dat er vooral veel gepraat wordt (deliberatief). Agile werken en scrummen (protyping) wordt steeds meer toegepast. TOL heeft onlangs het DC4E-model gepresenteerd. Dat is meer een technisch-rationele benadering. Toch lijkt zo’n stappenplan enige structuur te bieden in het ‘messy process‘. In gesprek blijven is een voorwaarde, maar er was ook behoefte aan ‘doen’. Meestal zal een mengvorm van ontwerpstijlen gehanteerd worden.

Tijdens de uitwisselingen kwamen bovenstaande vragen ter sprake. Zo ook de worsteling die we zien en ervaren. Het meer samen doen en samen delen, kwam als nadrukkelijke wens naar voren. En vooral meer aandacht voor praktische bruikbaarheid. Het curriculaire spinnenweb kan daar zeker behulpzaam bij zijn. Trouwens niet alleen in het ontwerpproces, maar ook bij het analyseren van een curriculum of module.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial